Een uitstekend alternatief voor het Pensioenakkoord

dinsdag 3 juli 2012
Thema's:  Nieuwsblog

Het Pensioenakkoord is feitelijk van tafel. In ieder geval zijn elementen ervan aangepast aan de politieke realiteit. Is dat erg? Neen, want het bestaande toetsingskader heeft tot nu toe uitstekend gewerkt. Het is robuust gebleken in een tijd waarin de ene crisis op de andere volgde. Dit viel samen met een structurele aanpassing van de levensverwachting en met een historisch gezien zeer lage discontovoet, waarmee de verplichtingen worden gewaardeerd. Afgezien van fondsen die simpelweg onvoldoende hebben gepresteerd, hebben de meeste pensioenfondsen, zelfs in deze uiterst moeilijke periode, een dekkingsgraad tussen 90 en 105. Onvoldoende voor indexatie, maar tot nu toe voor de meeste fondsen voldoende voor de toegezegde nominale uitkering. Er dreigt echter voor een grote groep gepensioneerden (en ook voor actieven als het om hun pensioenrechten gaat) een ongekende afstempeling van nominale rechten. Deze afstempeling zal waarschijnlijk alleen geëffectueerd worden als de rekenrente zo laag blijft als hij medio 2012 was en als van de zijde van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet wordt ingegrepen in de gehanteerde rentesystematiek.

Het bestaande toezichtkader moet daarom het uitgangspunt blijven. Het beschermt terecht de belangen van gepensioneerden en werkenden.

De Pensioenwet moet worden geëvalueerd en zal enige aanpassing behoeven. Daarbij kunnen de volgende punten als een aanzet gelden.

  1. Onvoorwaardelijke toezeggingen mogen slechts als uiterste redmiddel worden gekort. Bij de beoordeling van een dekkingsgraad moet in het kader van een herstelplan gewerkt worden met een gemiddelde over een langere periode, tenminste een jaar.
  2. Voor nieuwe aanspraken moeten kostendekkende premies worden betaald. Worden geen kostendekkende premies betaald dan moeten de rechten die worden opgebouwd hieraan worden aangepast.
  3. Kostendekkende premies dienen op basis van dezelfde rentevoet te worden berekend als de verplichtingen.
  4. Het bestaande Financiële Toetsingskader voldoet grotendeels. Er zijn drie aanpassingen nodig:Ten eerste vertoont de gehanteerde SWAP-rente over een langere periode dan 15 tot 20 jaar een invers verloop. Een aanpassing van deze rente is gewenst, zodat de curve van de voor de discontovoet toegepaste rente ook op de lange termijn normaal verloopt. Ten tweede moet meer recht gedaan worden aan het risicodragende karakter van de pensioentoezegging. De risicovrije rente zoals deze nu wordt gehanteerd sluit niet aan bij de aard van de toezeggingen. Ook in andere landen wordt hiertoe een risicopremie op de basisrente gezet. Ten derde moet een correctie worden toegepast voor het “safe haven effect”, dat is het effect dat optreedt doordat met name de Nederlandse overheidsobligatie tijdens de huidige Eurocrisis als een veilig toevluchtsoord  wordt gezien voor overbodige liquide middelen elders in Europa.
  5. Een toegenomen levensverwachting moet worden verwerkt in de verplichtingen zodra deze geconstateerd wordt. De lasten hiervoor moeten worden opgevangen door de generaties naar rato van hun bijdrage aan deze toename van de levensverwachting.
  6. De werkgevers mogen niet weglopen van hun verantwoordelijkheid in geval van financiële crises.

Den Haag, augustus 2012



 
Reageer op dit item